Mannheim
Compact Memory

Der Israelit · 1911-06-01 · Heft 22 (1.6.1911) · page 9

Scan of the page
Image: UB Frankfurt, Visual Library (IIIF)
Journal
Der Israelit
Volume
52 (1911)
Issue
Heft 22 (1.6.1911)
Date
1911-06-01
Page
– (sequence 9)
Language
German
Belongs to
journal issue
OCR quality
56% known words query
IRI
…/2446951-2448803-2448826--66602-2494772
Visual Library
page viewer of the UB Frankfurt

No entity mentions on this page.

OCR text

richting der Alliancc-scholen gebleken was, '«tat allen — ook uw Voorzitter en Secretaris — reeds spraken, van de eventueele noodzakelijkheid, om in het vervolg alle bijdragen van de Nederlandsche Afdeeling uitsluitend dienstbaär te maken aan het humahitaire deel van den Aliiance-arbeid; h dat door mij in eene op uw verzoek d.d. 23 Februari 1.1. geleverde critiek der ons toegezonden „Instructions” duidelijk aangetoond is, hoezeer juist aan de hand daarvan het doodelijk gevaarlijke van het tegenwoordige sbhoolsysteem voor den Joodschen geest in de Alliance en hare scholen kan blijkenj; dat ik nog in mijn d.d. 6 April 1.1. uw toegezonden antwoord op uwe uitnoodiging, om in de aanstaande Algemeene Vergadering als spreker op te treden u eraan herinnerde ,,hoe het Centraal Comite sedert den ongelukkigen dag van de uitzending der inspectie- ,,commissie bij lederen stap duidelijker getoond had, dat het er niet aan denkt, het ,, Fr ansehe, d. w. zvoor de Joodsche levensprincipien indifferente karakter der scholen ,,te wijzigen”,. en hoe ..alle antwoorden en bescheiden slechts Fransche hoffelijkheden ,,waren zonder werkelijke kern van waarde of beteekenis”; ja, inderdaad, als ik dit alles overweeg en ik zie u enkele dagen later — zonder eenige ruggespraak met uwe medeleden in de commissie van onderzoek — mt eigen bezireging in het Alliance-bureau te Parijs onderhandelen en kort daarop een uitnoodiging verzonden, om onze algemeene vergadering onder de suggestiv — ,,votre presance ä la dite reunion et votre parole influente" — te beengen van de Parijsche Heeren. Gelooft ge dan werkebjk. dat ik deze houding correct kan houden tegenover de Nederlandscne afdeeling in het algemeen en tegenover onze commissie in het bijzonder? U vindt dat ,,de Parijsche heeren het recht hebben zien te verdedigen, maar dan ,,ook uitsluitend tegenover ons." Waarom? Is de Alliance een specund Ncderlandscn instituut? Wat ’t u niet bekend, dat de mannen die uit eigen ervaring het sehcolwcrk van dezen werelooond kunnen beoordeelen, juist elders te vinden zijn? En terwijl aan meergemelde Parijsche heeren inet de teederste cmzichtigheid het samenkomen met eenen door hen niet gaarne gezienen tegenstander inest bespaard blijven, acht ge het onnoodig ons, uwe medestanders, met wie ge u herhaaJdeiijk solidair verkiaard hebt, ook maar een oogenblik te vragen, of ioij i'n^de gegeven omstandigheden en onder de door u voorbereide conditien de Parijsche heerey. wenschen te ontmcctcn. Met deze wijze van doen hebt ge ontegenzeggelijk fartij gekozeu. Onze comm»ssie van onderzoek met al hare beraadslagingen en conferenties liggen als waardeloos daarheen geworpen, en op de ruinen van dezen serieuzen arbeid plant ge de vaan van den vrede, cf. w. z. van den doodschen vre de, die voor elken prijs de veste van het bestaande systeem onaangetast laat, al wordt ook een wereldbond voor langen tijd aan den joodschen geest vervreemd en eene bij henderden teilende generatie in joodschen zin gedemoraliseerd. Onbillijk, bitter onbillijk, ieder, die dit streven als Jocd verwerpt, te berehuldigen — zooals dit door u in uwe uitnoodiging aan den Heer Bigart geschiedt — van... „kestnite envers PAlliance". Het is geen vijand, die niet rust aivorens ons lichaam, zij t ook dcor een pijnlijke operatie, van een gevaarlijke ziekteproces genezen wordt. En het is geen vriend, die opder het vernis van zaligen vrede, dat proces tot ten dcode tce laat voortvvoekeren. Ik voor mij althans schaam mij niet te behooren tot hen, die op deze wijze niet langer aan den Aliiance-arbeid kunnen deel nemen. Voor mijn lidmaatschap van de commissie van onderzoek beheef ik niet meer tC bedanken; die commissie immers is door u thans feitelijk ontbonden. Maar ook voor het lidmaatschap van het Ned. Comite wensch ik voorloopig niet meer in aanmerking te kernen en acht mij dus verplicht, hier van aan de leden der Nederl. Afdeeling — ander ovcrlegging der tusschen u en mij gevoerae correspondentie — kennis te geven. Het is en blijft mijn innigste hoop, dat de Alliance nog eenmaal met het devies Vrede door waarheid” zieh in kracht cn eere en werkleijke harmenie tusschen hare ieden herstelle! Hoogachtend, (w. g.) L. WAGENAAR. 4

Text as recognised by OCR (ABBYY FineReader), without corrections. Entity mentions: TagMe (2021); their positions were matched to this text again.