Der Israelit
- Journal
- Der Israelit
- Volume
- 52 (1911)
- Issue
- Heft 22 (1.6.1911)
- Date
- 1911-06-01
- Page
- – (sequence 8)
- Language
- German
- Belongs to
- journal issue
- OCR quality
- 61% known words query
- IRI
…/2446951-2448803-2448826--66601-2494771- Visual Library
- page viewer of the UB Frankfurt
OCR text
prochaine assemblie de notre presence et y teniz un petit discours, seit en fran?ais, soit ei? allemand, si possible ä l’egard de la question des ecoles de l’Alliance et leur caracDre religieux. D’antant plus votre presence ä la dite reunion et votre parole influente seraient desirables en ce moment, puisque dans les derniers jours quelques — uns de nos Grands — Rabbius ont montre leur lite euvers l’Alliance en se refusant au renourellement de leur manua’t dans le Ccmite regional/’ (Dit lautste had betrekking op de ostentatieve daad van Uw collega Pereira.) De heer Bigart nam de uitnoodiging aan en berichtte mij later, dat hij vergezeld zou zijn van den Penningmeester, den Heer Machiels, een Nederlander van geboorte, die gced Hollandsch verstaut. Den izen Juni jl. bereikte mij een briet van Dr. Yahuda, waarbij deze mij vroeg o± bet mij gewenscht voorkwam dat hij onze vergadering als gast zou bijwcnen. Die briet droeg büjken van groote animositeit tegen het Comite Central, speciaal tegen den Heer Bigart. En hierin vond ik aan leiding mij tot dezen te wenden met de vraag of het hem onaangenaam zou zijn Dr. Yahuda te ontmoeten. ' _xet antwoord luidde, dat de Heer Bigart niet in onze vergadering zou versthijnen, waarin de Heer Yahuda zou tegenwcordig zijn, en er werd bijgevcegcl, dat het optreden van genoemden Heer tegen de Alliance niet vrij was van de zucht persoonlijke belangen te beverderen. Vandaar dat ik Dr. Yahuda in vriendelijke termen berichtte, dat zijne tegenwoordigheid op onze algemeene vergadering ons niet gewenscht voorkwam, maar dat wij hem desgewenscht in het najaar de gelegenheid zouden geven zijne denkbeeiden uitccn te zetten. Laut ik 1!i! liier neg bijvcegen, dat mij nog dezer dagen het verzoek bereikte Dr. krank te Keulen, van Wien bekend is dat hij niet aan de zijde van zijne Duitsche CcilcgaE Aua., tot onze vergadering uit te noodigen, doch dat ik dit verzoek afvvees uit o\c nveging dat onze vergadering all een toegankelijk is voor onze leden en gedelegeerden \ an het Comite Central. ik hcop U door een en ander te hebben aangetoond, dat uw verwijt van partijdigheid ten aanzien van ens bureau, van grond is ontbloot. Juist cm den vrede te bewaren of tS‘ hersteilen hebben wij de Parijsche heeren uitgencochgd; zij zijn door ons beschuldigd,, zij hebben recht zieh te verdedigen, maar dan cek uitsluitend tegenover ons. Keurt men dit ons beleid niet goed, dan zullen we de leiding gaarne aan anderen ovcigeven. Mc; de mc:ste hccgachting heb ik de eer te zijn Uw rhv. dr. w. g.) Mr. El0X1. ARNHEM, 30 Juni 1911. Aan liet Bestuursbureau van het Ned. Comite der Alliance Israelite Universelle te Amsterdam. Welt'Jclgeboren Heeren! In niet geringe rnate hebben mij tot mijn innig leedwezen de Iciicn, door U per 11; issi1. e van gisteren mij door tusschenkomst van uwen Secretaris medegedeeld gesterkt m mijn onoi erkomeli jke bezwaren tegen de wijze, waarop door het Bestuurs-bureau van het Ncd. Ccmite hc;: program voor de alg. vergadering van Zcndag a.s. is voorbereid. De heer Bigart, de incarnatie van de in vele, hoogst belangrijke cpzichten van alle zij den zoo zeer veroordeelde tegenwoordige Alliance-leiding is door U opgezocht en ten siotte uitgenoodigd, cm de vergadering toe te spreken ,,si possible l’egard de la quaestion des eccles de l'Alliance et leur caractere religieux”. En dit geschiedde resp. ined’o April en Mei kk Overweeg ik nu: dat in de bijeenkemst cnzer Commissie van Onderzoek op 29 Junuari 1.1. wij allen zoo onder den verpletterenden indruk waren van hetgsen ons emtrent den gcest en. de. 3