Der Israelit
- Journal
- Der Israelit
- Volume
- 52 (1911)
- Issue
- Heft 22 (1.6.1911)
- Date
- 1911-06-01
- Page
- – (sequence 7)
- Language
- German
- Belongs to
- journal issue
- OCR quality
- 53% known words query
- IRI
…/2446951-2448803-2448826--66600-2494770- Visual Library
- page viewer of the UB Frankfurt
OCR text
annalen der Ned. afdeeling zal geboekstaafd zijn als eene betreurenswaardige navolging van het onzalige voorbeeld, door het Comite Centrale indertijd bij de uitzending der onderzoeks-commissie gegeven. Immers, men moet Neerlands Israel ai weinig Kennen, om te verwachten, dat hier ten onzent eene zoo eenzijdige inlichting ons den vrede zal brengen. Integendeel; strijd en scheuring staan hiermede voor de deur. Wilt gij, mijne heeren! in waarheid den vrede, zoo oprecht en heilig als ondergeteekende, dan is er slechts een weg: waarheid, pure, onbevlekte waarheid, door nauwgezet en onpartijdig onderzoek verworven. En zoude ook die waarheid U evsntueel dwingen, het tegenwoordige regime krachtig te bestrijden, welnu — dp.n doen wij dit allen samen uit diepe, ernstige overtuiging, en — hoe het ook ga — wij blijven bijeen! Maar bij handhaving van den thans door U ingeslagen weg zoude ik geen dag langet' de verantwoordelijkheid kunnen dragen als lid van het Nederl. Comite en van de Commissie van Onderzoek mij beschikbaar te blijven stellen. Beschouwt dit bid ik U — niet als eene bedraging, maar slechts als /eene loyale, opehhartigb bekendmaking van mijns opvattingen en voornemens. Ik wil bij U blijven; ik wil met L gaan. Maar daaraan moet ik voor de eer van en den vrede in het Ned. Jodendom de voorwaarde verbinden: samengaan in het vole licht der van alle zijden onpartijdig opgezochte en aanvaarde waarheid. Dus van beide een: öf de Parijsche woordvoerders mögen wegblijven, öf Dr. Yabuda mede als woordvoerder toegelaten worden! Nogmaals: ik schrijf U niets voor, ik dreig niet, maar ik verklaar U kort en rondborstig het standpunt, dat slechts de drang naar waarheid en door deze naar vrede mij doet innemen. Aangezien ik bij instemming uwerzijds uiterlijk Dcnderdagmcrgen a.s. aan Dr. Yahuda daarvan zoude moeten kennis geven, verzesk ik U zesr belecfd, mij ten spoedigstc uwe beslissing mede te deelen. Met de meeste hoogachtig, (w.g.) L. WAGENAAR. ALLIANCE ISRAELITE UNIVERSELLE. (Algemeen Israelitisch Verbend.) Secntariaaf: N cderlandsch Comite. Amsterdam, 28 Juni 191D Reguliersgracht 2. Den WelEcrwaarden Zeergeleerden Heere L. WAGENAAR, Arnhem. Hooggeachte Heer! Ik ontving Uw geeerd schrijven van 26 dezer. Vergun mij U naar aaniciding hiervon de volgende nüchtere fetten mede te deelen, voor de waarheid waarvan ik, voorzooveel ze mijp ersoonlijk betreffend insta. Toen ik mcdioApril jl. in Parijs vertoefde, bracht ik een bezoek aan het burcau van de A nancc. Ik sprak daar den heer Bigart, over allerlei Alliance-belangen en bij die gelcgcnhcid — van eene quaestie Reinach was toen nog geen sprake — gaf ik den Heer Bigart in overweging onze algemeene vergadering te bezoeken en kortelijk tce te spreken, zooals hij dat jaren gelieden ook eens gedaan had. De Heer Bigart antwoordde mij hierop, dat hij van zijn toenmalig bezoek aan Nederland en aan de toen onder leiding van wij len A. C. Wertheim gehenden vergadering zulke aangename herinneringen had behouden, dat hij gaarae zou overkomen, wanneer zijne aanweizgheid en zijn toespraak in het belang van de Alliance geacht kon worden. na mijn terugkomst deed ik onzen President verslag van dit onderhoud en we spraken af, dat ik den Heer Bigart officieel tot onze vergadering zou uitnoodigen. Naar aanleiding hiervan schreef ik den Heer Bigart op 2 Mei j.l. ,,qu’il serait de grandc improtancc pour la Propaganda dans notre pays, si vous rcudriez honcrer la